VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 1581
Nummer: TDANI0277-0277
Type: 1.6 Weerwolven
Omschrijving: Weerwolf teistert gans dorp
Verhaalopbouw: De boeren uit Kessenich gingen hun beklag doen bij schout X omdat al hun dieren de afgelopen nacht waren gedood. Daarop werd er een beloning van honderd gulden uitgeloofd aan de persoon die de dader zou vinden. De klopjacht leverde echter niets op en de volgende acht dagen bleef het rustig. Op de negende dag werd de geit van Y die op de Mooileman woonde, opengereten door een vreemd monster. Toen de heer Z enkele dagen later kwam jagen, schoot hij een wolf de klauwen af. De heer wilde de poot oprapen en stelde tot zijn ontzetting vast dat het een mensenhand was waaraan de duim ontbrak. Op grond daarvan werd een verdachte schaapherder die aan één hand een duim miste, opgepakt. In de rechtbank gaf de schaapherder uiteindelijk toe dat hij weerwolf was geworden omdat de duivel het hem had geleerd. De schaapherder werd opgehangen en vervolgens op de brandstapel gegooid.
Verhaal: Vroeger hebben de boeren zich hier es komen beklagen bij den schout V., want in de nacht waren overal hennen, konijnen en andere beesten gestorven. De schout gang det toen vertellen aan de baas van het dorp en die gaaf honderd gulden voor wie den dader dood of levend kost aanhouden. De mensen gangen dan auch overal zoeken en overal gangen ze kijken. In acht daag gebeurde er niks, maar toen gebeurde er weer get. In Kessenich woonde er toen een oude vrouw, ze noemden haar overal Stieneke en ze woonde op de Mooileman. Ze had een wicht van acht jaar aangenomen. Verder had ze niks als nog een geit. Toen dat wicht die geit es gong laten grazen in de wei, sprong er plots een monster op de geit af en reed ze de pens open en dronk al het bloed op. De boeren gangen daarop heel de streek in de omtrek onderzoeken en ze hadden allemaal get bij. Ze wisten neet meer wat het was en den eine zei dat het den duvel was en den andere dat het ne weerwolf most zijn, maar feitelijk wist niemand er auch maar get vanaf. Ze vonden toen ne schaapherder, maar die had auch niks gezeen. Maar toch deed ie nogal vreemd en de mensen vertrouwden em neet meer. Maar toen kwaam de heer van S. es jagen en die schoot toen op ne wolf en toen schoot ie er eine klauw vanaf en toen ie em opraapte was het een mensenhand. Zo wisten ze overal dat eine weerwolf alle dingen gedaan had. En toen zagen ze auch dat den duim aan de hand ontbraak. En zo werd de scheper aan het gerecht overgeleverd. Hij was ne weerwolf geworden doordat den duvel zelf het em geleerd had. En toen werd ie toch door de schepenbank veroordeeld en aan ne paal de keel toe genepen en vervolgens op ne brandstapel verbrand.
Verzamelaar: T. Daniëls
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Weert en omstreken)
Corpus: TDANI.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: T. Daniëls, Leuven, 1965
Regio: Kessenich
Kloekenummer: L370
Verteller: 361 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1965
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte