VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 160
Nummer: FBECK0134-0135
Type: 2.1 Heksen
Omschrijving: Heks verlaat haar lichaam
Verhaalopbouw: Een man ging samen met een vriend naar Leef (Gors-Opleeuw), waar hij een afspraakje had met zijn vriendin. Terwijl de man naar het huis van zijn geliefde vertrok, ging de vriend in Leef op café. Toen de man bij het huis van zijn vriendin kwam, keek hij door het raam, waar hij zag hoe het meisje zich aankleedde, haar haren kamde en zich daarna op het bed liet vallen. Toen de man naar binnen ging en het lichaam van het meisje aanraakte, bleef ze roerloos liggen alsof ze dood was. Omdat de man bang was geworden, ging hij zijn vriend halen, die zei: "Hier blijven we niet; je meisje is een heks." Toen het tweetal weer naar huis ging, zag de man onderweg tientallen katten rondlopen. Zijn vriend kon de katten niet zien. De man kreeg van zijn vriend de raad om een vrouwtje uit Jesseren op te zoeken. Dat vrouwtje sprak tot hem: "Als je je naar behoren had gedragen zoals X, mijn vader, dan waren al die dingen je niet overkomen." Het vrouwtje moet één van de katten zijn geweest, die hij onderweg was tegengekomen. Hoe kon ze anders weten wat hem was overkomen?
Verhaal: Mijn vaar had een kameraad die bij hem werkte en die 'kerseerde' in Leef (Gors-Opleeuw) en die had hem eens gevraagd om mee te gaan. En terwijl die naar zijn liefste ging, ging vaar zaliger een pint pakken. Maar die 'kerseerde' met een heks en toen hij daar kwam, keek hij door een vensterke en hij zag dat ze 'haar' aan 't aandoen was en hij bleef stillekens kijken. Toen kamde ze haar haar en toen ze gereed was liet ze 'haar' achterover op het bed vallen en zo bleef ze daar liggen. Toen ging hij binnen en hij stiet tegen haar maar ze was weg, dat was alleen haar lichaam, dat daar lag gelijk dood. Toen ging hij mijn vaar zaliger roepen en die heeft het ook gezien. 'Hier gaan we niet blijven' zei die. En toen ze teruggingen, kwamen daar zoveel katten door. 'Ziet eens hoeveel katten', zei die, maar vaar zag niets. En hij nam een stok en hij begon te 'howen' maar 's anderendaags was zijn arm zo dik.Mijn vaar was afkomstig van Jesseren, en daar was een vrouwke dat beeweg ging voor de mensen en daar deed mijn vaar hem heengaan. En dat vrouwke zei: 'Als ge deedt gelijk Vinus - dat was mijn vaar - en alles met rust liet, dan hadt ge dat niet gehad.' Die moet ook bij die katten geweest zijn, die hij gezien had, want anders kon ze dat toch zo goed niet weten. Dat heeft mijn vaar zaliger me verteld en dat is echt gebeurd, dat was geen leugenaar.
Verzamelaar: F. Beckers
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Zuid-Limburgs
Corpus: FBECK.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: F. Beckers, Leuven, 1947
Regio: Piringen
Kloekenummer: Q161
Verteller: 94 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1947
Relatieve Datering: Vader van de informant
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

    Andere Eigennamen

      

      © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
      converted by: Philippe Le Comte