VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 17582
Nummer: WVANH0295-0296
Type: 3.1 Duivels
Omschrijving: De hellejongen door zijn vader voor een jaar aan de duivel verkocht.
Verhaalopbouw: Een weduwnaar uit Koekelare was hertrouwd met een vrouw die zijn zoon niet kon luchten. "Ga hem verkopen, al was het aan de duivel!" had de stiefmoeder gezegd. Op een donkere, stormachtige nacht, trok de vader met zijn zoon naar het bos van Wijnendale. De duivel naderde te paard en vroeg aan de vader: "Hoeveel geld wil je hebben als ik je zoon voor een jaar meeneem om portier te zijn in de hel?" Een jaar later kwam de jongen terug bij zijn vader. Hij vertelde dat hij pastoors, dokters en advocaten had binnengelaten, en zelfs zijn eigen meter. De jongen had enkel de eerste zaal van de hel gezien. Daar had hij een man uit Torhout gezien. Hij had een stok onder diens zetel gehouden om daarna vast te stellen dat de stok helemaal was verbrand.
Verhaal: Ik ken daar een gedicht van:
Op den berg van Koekelare
was er een managie.
’t Ging er somtijds heel afschuwelijk,
daar er van ’t vorig huwelijk,
nog een zoon in ’t leven was.
dagelijks moest hij buiten vluchten.

Zijn stiefmoeder zei tegen zijn vader: "Gaat hem gaan verhuren al was ’t aan den duivel".
"Vrouw", zei die vent, "dat is een zware wens
die ik hedendaags heb gehoord.
Voor ’t klappen van de mensen,
trek ik t’avond met hem voort".

en ton staat er in dat boek: "Op weg".

’t Was een nacht zo donker
zo donker als de hel,
de regenbuien zweetten
en ’t woei geweldig fel.
De vader droeg ’t pakske
en den zoon ’t lanteernlicht.
Ze gingen langs de strate
recht naar ’t Wijnendale-bos gericht.
De vader zei al zuchten
"Mijn zoon ’t zit niet goed,
want hier het wit konijntje
speelt gedurig voor mijn voet".
Ze zagen in de verte een akelige glans.
Hij naderde te peerde.
Het was de duivel.

Als hij bij ulder kwam, hij stopte, en hij vroeg hoevele dat hij moest hebben in pond sterling voor die jongen als portier in d’helle te hebben voor één jaar.

En dag op dag, uur op uur,
bracht hij de hellejongen weer.
Als hij thuiskwam zei hij:
Wat heb ik daar al gelaten
pastoors, dokteurs en advokaten,
dibbaars en dibben ongeteld
en nen arme mens
en ’t was zijn meter.
Hij zei: "Meter lief, wat komt gij ook alhier"?

Hij had maar één keer in d’helle mogen dalen in d’eerste van d’hellezalen. Hij zei dat er een van Torhout zat. Hij had ne stok onder zijne zetel gestoken en hij was een ende afgebrand!
Verzamelaar: W. Van Houcke
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: West-Vlaams (Houtland)
Corpus: WVANH.20E
Codering: 697
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: W. Van Houcke, Leuven, 1970
Regio: Koekelare
Kloekenummer: H61
Verteller: 3463 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1970
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

    Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte