VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 2189
Nummer: MDREE0169-0170
Type: 1.4 Luchtgeesten
Omschrijving: Huis
Verhaalopbouw: Een vrouw was bang omdat er in haar huis vreemde dingen gebeurden. De deur ging altijd vanzelf open, op de zolder hoorde ze vreemde geluiden en onder de kachel werd het behangpapier van de muur getrokken. Uiteindelijk besloot de vrouw op aanraden van haar broer naar een kaartenlegster in Tongeren te gaan. De kaartenlegster vroeg de vrouw om éénentwintig kaarten te nemen. Daarna stelde ze vast dat het spookte in het huis van de vrouw. De kaartenlegster vroeg de vrouw of ze onlangs misschien een sterfgeval in de familie had gehad. Inderdaad, de moeder van de vrouw was korte tijd geleden gestorven. De moeder had wellicht een belofte gemaakt, die ze niet had kunnen nakomen. De vrouw ging bij de Heilige Antonius in Tongeren een Onzevader bidden. Sindsdien heeft het in haar huis niet meer gespookt.
Verhaal: In dit huis bo ich nu woon, ging die deur - kik hier, met die houten klink - altijd open. Zo van alleen, wel tien keren per dag hoorde ich de klink gaan en dan stond de deur van 't kamerke open. Ich kreeg schrik en had het gezeg(d) tegen mij(n) broer te Tongeren. Die wijsde (= wees) mich een vrouw en ich ging noa haar toe; - die leef(t) nu nog mè bo ze nu woont weet ich nie - die legde doa de kaart(en) op e tafel en ze zei tegen mich: 'neem eenentwintig kaart(en) op.' En ich deed dat. Toen zei ze: 'oer (= uw) huis is besingeld (= omsingeld).' Op de zolder zat ook iet 'hoort het eens gaan' zei vader dan en 't was zjus asof ene mins overentweer (= heen en weer) ging 's avonds. 'Och, dat zijn katten, of ratten' zei ich, mè ich deurde (= durfde) ook nie kike gaan. En 's nach(t)s onder de stoof jonde (= werd) ook papier afgetrokken. Ich meende at het ratten waren wa bezig waren, mè ich stond op voor te kieke en met de pitslamp (= zaklantaarn) rech(t) t' rop mè dan zag en hoorde ich niks mee(r). En as ich mich dallaag (= neerlegde) dan hoorde ich het weer opnieuw. 's Moreges zag ich dan dat het schoon gelijk afgetrokken was, want doa lag nooit niks op de grond. Zodus waren het geen ratten of muis. Nein, geen brökskes papier of niks lag doa.Die vrouw van Tongeren vroeg mich toen of ich gee(n) sterefgeval in e huis gehad had. - 'Ja, zei ich, hein, mijn moeder is les (= laatst = onlangs) gestoreven.' - 'Die he(ef)t iet beloof(d) en het nie kunnen doen, gaat maar noa den Heiligen Antonius en bjèd enen onzevader en vraag ofter (= of hij) het nie wilt overnemen.' En ich deed dat, ich ging noa de hoogkerek in Tongeren en ich liet een kaa(r)s bjanne en zo... en sind(s) heb ich niks mee(r) gehoord. Dat is lang gelejen, na de oorlog vèfenvjotig, zesenvjotig (= 45-46) en dat he(ef)t lang geduurd; vijf, zes weken en het jonden (= werd) alted ereger. Dat was de gees(t) van moeder wa terugkwam omdat ze iet vergeten had - mijn tweede moeder was dat.- Mijn moeder was al dood wei ich elef jaar aad was.
Verzamelaar: M. Dreezen
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Tongeren en omstreken)
Corpus: MDREE.20E
Codering: 450
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: M. Dreezen, Leuven, 1967
Regio: Riksingen
Kloekenummer: Q158
Verteller: 446 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1967
Relatieve Datering: Vlak na WOII
Aard getuigenis: memoraat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte