VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 341
Nummer: FBECK0273-0273
Type: 1.3 Vuurgeesten
Omschrijving: Dwaallichtjes
Verhaalopbouw: Een vrouw zag altijd een dwaallichtje in de buurt van een vijver. Omdat het de ziel van een ongedoopt kindje was, gaf de pastoor de vrouw de volgende raad: "Als je het dwaallichtje nog eens ziet, dan moet je het dopen. Je steekt dan je hand in het water en zegt: 'Als je een christen wil worden, dan doop ik je in de naam van God de Heer. Ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.' Je moet er dan ook bij zeggen: 'Ik doop jou alleen', want anders zullen er duizenden dwaallichtjes komen vragen om gedoopt te worden. Ga er ook zeker niet bij zitten, want dan zullen de dwaallichtjes je in het water duwen; zo graag willen ze gedoopt worden." Toen de vrouw het dwaallichtje de volgende keer zag, doopte ze het. Ze was echter niet snel genoeg geweest, waardoor er onmiddellijk vele dwaallichtjes verschenen. Ze doopte er nog één en zei er snel bij: "Ik doop jou alleen". Toen waren alle dwaallichtjes weg.
Verhaal: Mijn mam haar mam, mijn 'meeke', zag altijd een dwaallichtje aan de poel. Zij had gehoord dat dat kinderen waren die niet gedoopt waren en dat ge die moest dopen. 'Daar ga ik niet meer, ik kan die dwaallichtjes niet meer zien', zei ze. Toen zeiden ze haar dat ze eens met een pastoor moest klappen, daarover. Die vroeg of het maar één was. 'Ja, 't is maar één en zo danst het op en af rond de poel', zei ze. - 'Dan moet ge het maar dopen, ge steekt uw hand in 't water en ge zegt: Indien ge een dopeling zijt, en ge een christen mens wilt worden, dan doop ik u in de naam des Heren, ik doop u in de naam des Vaders en des Zoons en des G. Geestes, en dan moet ge er gauw bij zeggen: en u alleen, anders komen ze met duizenden af om gedoopt te worden, en zet u niet, want dan stoten ze u zeker in de poel, zo gaarne zouden ze gedoopt worden.' Zo deed ze dat, maar ze was niet rap genoeg geweest en toen kwamen er zoveel af en toen doopte ze nog gauw een en ze zei er direct bij: ' En u alleen', toen waren ze allemaal weg. Als ge moest dopen blijven zoudt ge erin blijven, zo dik komen ze af om verlost te worden. En toen ons 'meeke' gestorven was, zei de pastoor: 'Ge moet niet 'grijnen', want die heeft er twee verlost'.
Verzamelaar: F. Beckers
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Zuid-Limburgs
Corpus: FBECK.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: F. Beckers, Leuven, 1947
Regio: Sint-Truiden
Kloekenummer: P176
Verteller: 4 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1947
Relatieve Datering: Grootmoeder van de informant
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte