VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 409
Nummer: FBECK0332-0333
Type: 8. Legenden
Omschrijving: De H. Evermarus
Verhaalopbouw: Evermarus ging samen met zijn vrienden van Friesland naar Maastricht. In Herstappe logeerde het gezelschap in de burcht van Hacco, een roofridder. Toen Evermarus en zijn vrienden de volgende dag verder trokken, werden ze achtervolgd door Hacco, die hen in Rutten allemaal vermoordde. Een tijdje later vond Pepijn van Herstal het lijk van Evermarus, dat er wonderbaarlijk genoeg ongeschonden uitzag. Pepijn heeft op die plaats een graf laten graven voor de dode Evermarus. Tweehonderd jaar later zag een man uit Rutten een kudde herten het spel van Evermarus spelen, zoals men dat ook nu nog doet op 1 mei. De man was verschrikt, maar één van de herten stelde hem gerust: "Vrees niet, want wij zijn de gezanten van God. Wij komen alleen om het leven van de Heilige Evermarus te verheerlijken. Vertel aan de Ruttenaren dat ze elk jaar op 1 mei moeten spelen zoals wij dat hier vandaag doen." Er was echter één vrouw uit Rutten die van het hele verhaal niets geloofde, en op 1 mei van het daaropvolgende jaar haar schapen ging scheren in de buurt van Evermarus' graf. Plotseling stak er een hevige wervelwind op, die de wol overal rondstrooide en de vrouw zo deed schrikken dat ze in haar hand sneed. De wonde in haar hand is nooit genezen. Vanaf die dag hebben de Ruttenaren ieder jaar op 1 mei het spel van Evermarus gespeeld. Toen de processie een keer niet kon plaatsvinden omdat het weer te slecht was, trof men de volgende dag het beeld van de H. Evermarus helemaal besmeurd aan: het beeld was alleen rondgetrokken.
Verhaal: Voortijds gingen ze veel op bedevaart naar het H. Land. Evermarus en zijn kameraden kwamen uit Friesland en langs hier trokken ze op Maastricht. En die mannen vroegen te Herstappe op de burcht van Hacco of ze daar mochten slapen en Hacco was niet daar. Dat was een roofridder en zijn vrouw liet hen slapen. Maar toen ze verder trokken was Hacco op hen uitgekomen en hij had ze doen kapot maken. Ene was nog kunnen lopen gaan, Evermarus, en dat was de jongste, maar ze hadden hem ingehaald en toen moest hij er ook aan geloven, dat was in Rutten. Enige tijd daarna kwam Pepijn van Herstal hier op jacht en toen vonden ze het lijk van Evermarus en het was schoon bewaard gebleven en die hebben daar toen een graf gemaakt. Dat bleef zo en toen een tweehonderd jaar daarna, zeggen ze, kwam daar eens ene van Rutten door, die van Luik kwam. Die zag daar een kudde herten spelen, die beesten speelden het spel van Sint-Evermarus gelijk ze het nu elk jaar op de eerste Mei nog doen. Maar die man was zo verschrikt dat hij lopen ging, maar een hert kwam hem na en zei: ' Vrees niet, wij zijn Gods gezanten, wij komen alleen maar om het leven van de heilige Evermarus te verheerlijken. Gaat en zegt aan de Ruttenaren dat het zo gelijk wij het speelden ieder jaar op de eerste Mei moet hernieuwd worden. Langs die boom daar ligt het lijk van Evermarus begraven.' Toen die dat vertelde, was er nog een vrouw die hem niet wou geloven en die ging op de eerste Mei de schapen scheren op de plaats waar Sint-Evermarus gevonden was. 't Was heel stil weer, maar toen kwam daar opeens een wervelwind en die pakte de wol op en strooide hem overal rond, en de vrouw sneed in haar hand en die wonde is nooit meer genezen tot aan haar dood. Van toen af hebben de Ruttenaren dat spel ieder jaar gespeeld. Dat moet, regen of geen regen, want eens was het zo slecht weer dat de processie niet kon uitgaan, maar 's anderendaags stond het beeld van Sint-Evermarus daar met een mantel die heel vuil en nat was, toen had hij alleen zijn ronde gedaan.
Verzamelaar: F. Beckers
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Zuid-Limburgs
Corpus: FBECK.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: F. Beckers, Leuven, 1947
Regio: Rutten
Kloekenummer: Q241
Verteller: 127 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1947
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen: Cfr. A. Cuppens, H. Evermarus, Tongeren, 1938 en A. Marinus, Le jeu de Saint Evermard au Russon, (Extrait du folklore Belge, T. II, Ch. II), Bruxelles, s.d. In dat werk wordt een beschrijving van de legende en het spel gegeven. De auteur resumeert er ook de studie van Prof. Grégoire in "Byzantion" 1933, p. 1-39, die in het spel elementen uit het Nibelungenlied ontdekte (Hagen van Tronje zou Hacco van Tongeren zijn). Deze stelling werd tegengesproken door Prof. Ganshof in "Revue Belge de Philologie et d' Histoire", 1935, p. 195-211

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen



© Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
converted by: Philippe Le Comte