VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 707
Nummer: RCELI0189-0190
Type: 2.1 Heksen
Omschrijving: Heks herkend aan verwonding
Verhaalopbouw: Drie jongemannen gingen in Meeuwen hun vriendinnen opzoeken. Ze wisten echter niet dat de drie meisjes heksen waren. Wanneer de jongemannen weer naar huis gingen, wachtten ze altijd op elkaar zodat ze samen konden vertrekken. Toen X en de burgemeester stonden te wachten, kwam er een katje aangelopen. De burgemeester ging even in de struiken een boodschap doen. Daarna gaf hij het katje een slag met een stok, zodat het gewond wegliep. Toen het tweetal de derde man ging ophalen, liep in dat huis plots een zwaargewonde vrouw naar binnen met de woorden: "Ik ben van de schelf gevallen!" De drie jongemannen gingen verschrikt naar huis. Ze waren onderweg van tien uur 's avonds tot de volgende ochtend. De hele tijd werden ze omringd door katten.
Verhaal: Drie jong' mannen gongen Meeuwen in, vrijen, en alle drie met een heks zonder dat ze het wisten. Den eerste vrijde vooraan op 't Gestel, den tweede wat hogerop en den derde nog wat verder. Als ze heivers gongen, gongen ze mekander uithalen. En de burgemeester en Pier K. gongen weg om den andere te halen, toen zei Pier K.: 'Hier is nog een schoon poezeke, dat komt u nog strelen.' In die tijd hadden ze nog allemaal 'ne mispele stok. 'Ik zal het wel eens tokken', zei de burgemeester. Hij gong de struiken in om een commissie te doen en terwijl hij daar zat, draaide dat poeske maar rond hem. Maar de burgemeester had de stok in zijn mond gepakt, dan kos hij er goed aan, en 'ne mens is gewijd, dat doet veel. Dat hadt ge ook met 'ne kogel, als ge die in de mond hadt gehad, dan was het altijd raak: anders schoot ge mis ofwel het geweer kapot. Dat ketje draaide nog maar altijd rond hem. Hij doet zijn broek toe, neemt de stok vast en zet hem daar een mot dat het rolde. Het ketje was weg. Toen gongen ze den derde uithalen. Ze zaten goed, toen komt de ouw daar binnengeschreeuwd en het bloed liep haar door neus en muil uit: 'Ik ben van de schelft gevallen.' 'Laat ons gaan', zegden de mannen, 'dat ziet er hier maar vies uit.' Die ander hadden ondertussen ook al wat ontdekt. Ze vertrokken en ze hebben gegangen van tien uren tot klaarlichten dag en altijd maar katten bij hen.
Verzamelaar: R. Celis
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Bree en omstreken)
Corpus: RCELI.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: R. Celis, Leuven, 1954
Regio: Beek
Kloekenummer: Q19
Verteller: 166 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1954
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen: De informant merkte op dat een mens sterk staat tegenover een heksendier, omdat mensen door het doopsel gewijd zijn. Wanneer men een heksendier met een geweer wilde neerschieten, moest men daarom ook eerst de kogel in de mond nemen.

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte