VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 777
Nummer: RCELI0232-0233
Type: 2.2 Tovenaars
Omschrijving: Tovenaar sterker dan paard
Verhaalopbouw: Een boer ging met zijn knecht het veld bemesten. Terwijl het paard een kar met mest naar het veld trok, schepten de boer en de knecht al een tweede kar vol. Omdat het paard nog niet beschikbaar was, stelde de knecht voor om de kar zelf naar het veld te trekken. "Maar X", zei de boer, "dat wordt nog je dood! Het paard kon de kar maar amper trekken!" De knecht liet zich echter niet ompraten en trok de kar zelf naar het veld. Toen de boer na een tijdje voorstelde om wat te gaan rusten, zei de knecht: "Welnee, ik zal alvast beginnen met het bemesten van het veld, dan kan je straks al een stuk omploegen." De boer begreep niet waar de knecht de energie vandaan haalde, en hij ging kijken op het veld. De knecht bemestte een klein stukje van het veld en stak dan zijn mestvork in een mesthoop met de woorden: "Nu ieder de zijne." Enkele ogenblikken later was het hele veld bemest.
Verhaal: Toen het weer stillekes aan open werd moest er mest gevaren worden. Daar waren veel beesten bij die boer, wel rond de twintig. 'Maar aan 't mest varen, Koob' zei de boer, 'het is toch kortbij - het veld lag juist achter het huis - ik zal u helpen laaien, zet maar wat los.' 'Maar nee', zei Koob, 'wij varen met de staande kar.' 'Dat gaat niet', zei de boer. 'Jawel', zei Koob, 'laat mij maar doen.' Toen de boer terugkwam was de tweede kar gelaaien. 'Maar Koob', zei de boer, 'ge moet u toch niet kapot maken.' Het paard kos de kar bekans niet trekken, ze was veel te zwaar gelaaien. 'Het paard trekt zich kapot', zei de boer, 'ge moet seffens toch zo zwaar maar niet laaien.' 'Toe, toe', zei Koob 'ik zal wel wat helpen.' - maar de boer zag niet hoe hij dat deed - 'Stouw het maar wat aan.' 'Seffens zal ik ze zelf wel buitentrekken', zei Koob. En hij heeft die mens zo tam gemaakt! Op den duur bracht hij hem de kar tegen, heel alleen. De boer was doodop. 'Zouden we niet wat gaan rusten', zei hij tegen Koob. 'Nee', zei Koob, 'zou ik niet wat mest gaan breien, dan kunt ge aan 't ploegen gaan.' De boer kos er gene kop meer aan krijgen. Toen is hem ene nagegangen om te zien hoe hij dat deed. Hij stak de riek in den eersten hoop en hij zei: 'Nu ieder de zijne.' Hij breidde den ene en toen waren ze allemaal gebreid Maar wat hij daar nog bij gezegd heeft, dat kosten ze niet verstaan.
Verzamelaar: R. Celis
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Bree en omstreken)
Corpus: RCELI.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: R. Celis, Leuven, 1954
Regio: Beek
Kloekenummer: Q19
Verteller: 212 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1954
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte