VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 818
Nummer: RCELI0259-0260
Type: 1.6 Weerwolven
Omschrijving: Herkend aan vezels van een zakdoek
Verhaalopbouw: Een knecht ging met zijn vriendin naar de kermis in Erpekom. Men had het meisje al vaak gewaarschuwd dat haar vriend een weerwolf was, maar ze geloofde het niet. Toen ze in de bossen waren, zei de jongen tegen het meisje: "Ik moet even een boodschap doen achter de struiken. Als er een hond op je af zou komen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil; dan kan hij je niets doen." Even later kwam er inderdaad een grote zwarte hond naar het meisje gelopen. Ze gooide de zakdoek naar de hond, die de stof helemaal verscheurde. Toen de jongeman even later uit de struiken kwam, vroeg het meisje hem waarom hij zolang was weggebleven, waarop de jongen antwoordde: "Ik had de hond ook gezien." Toen ze naar huis gingen, deed het meisje het licht aan zodat ze samen konden eten. Opeens riep het meisje uit: "Je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
Verhaal: Toen die weg was (zie nr. 777), toen hadden ze 'nen andere gehuurd, en dat was er wéér ene. Die verkochten koren, daar voeren ze mee naar Maastricht. Die weerwolven kosten over 'ne geestelijke heen springen. Nu kunnen ze dat niet meer, omdat de macht van de geestelijke allewijl te groot is, ze zijn nu te sterk. Awel, die vrijde met een wicht. Ze hadden haar al dikwijls gezegd: 'Gij vrijt met 'ne weerwolf', dat was een struis wicht en dat lachte daarmee. Op 'ne keer gong het met hem naar Erpekom naar de kermis. Hij gong ze halen. Toen ze in de bossen kwamen zei hij tegen het wicht - hij moest zijn broek eens afdoen - : 'Als u soms 'nen hond tegenkomt, geef hem die maalplak maar, ik ga niet wijd.' En op 'ne keer komt daar een grote zwarten hond op haar af. 'Ik zal maar doen wat hij gezegd heeft', dacht het wicht en ze gaf hem de maalplak. Hij vatte hem en reet hem in kepsel vaneen voor haar voeten. Toen de jong terug kwam, vroeg hij of ze den hond gezien had. 'Ja', zei ze. 'En heeft hij u niet gebeten?' 'Nee, maar ge zijt zo lang gebleven', zei ze. 'Jamaar', zei de jong, 'ik had hem ook gezien.' Ze kwamen in huis, het wicht deed het licht aan en ze zetten zich aan tafel om te eten. Maar het wicht begos hem te bekijken. 'Ge zijt het zelf geweest', zei ze. Toen had hij de vedzelen van de maalplak nog tussen zijn tanden hangen.
Verzamelaar: R. Celis
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Bree en omstreken)
Corpus: RCELI.20E
Codering: Herkend aan vezels van een zakdoek: variant (Beek)
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: R. Celis, Leuven, 1954
Regio: Beek
Kloekenummer: Q19
Verteller: 212 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1954
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen: De informant voegde er aan toe dat weerwolven vroeger over een geestelijke heen konden springen. Nu kunnen ze dat niet meer, omdat de macht van de geestelijken groter is geworden, aldus de informant.

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

    Andere Eigennamen

      

      © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
      converted by: Philippe Le Comte