VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 8417
Nummer: COOMS0182-0182
Type: 2.2 Tovenaars
Omschrijving: X geeft een staaltje van zijn toverkunsten
Verhaalopbouw: Twee mannen waren op een maandag samen naar de kermis geweest. Daarna gingen de mannen naar een café, waar een jazzband speelde. Opeens zei één van de mannen: "Er moet hier andere muziek komen". Het volgende ogenblik weerklonk er in het café wondermooie muziek. Even later zei de man: "Geef de muzikanten een glas bier". Daarop ging de cafébaas twee glazen bier naar de muzikanten brengen. Plots was één van de glazen leeg, hoewel niemand het glas had aangeraakt. "Heb ik mij nu zo vergist?", zei de baas, "Ik zal snel een ander glas brengen". Toen de muzikant van het bier dronk, raakte het glas maar niet leeg. Opeens zei de baas: "Er is geen bier meer!", waarop de man antwoordde: "Dat is niet erg. Breng me maar een hamer, een bijtel, een kraan en een emmer. De man sloeg in een hoek van het café een gat in de grond en zette daar de kraan met de emmer eronder. Iedereen kon van het bier drinken. De man sprak tot de cafébaas: "Geef mij eens acht glazen, dan zullen we de soldatenmars doen". De man liet de acht glazen achter elkaar door het café marcheren. Even later verliet iedereen het café.
Verhaal: Dao was is iêne mee Selm van de Bies op gank gewist. Ze kwamen aon een café: ’t was de maondag van de kermis. Daô zat ne jazz. Toen was ‘t nog nie zoê as nao. In de meêste café’s zat ’t er toen mee de kermis nen jazz, meêstal twiê man mee nen akkordeon. De muziek moet Selm zeker nie aongestön hemmen, want hê zee: "Dao moet hie andere muziek komen." En andere muziek kwam’ter, mênne brave, beste joeng, van de schoênste muziek diên ’t er oêit gehuêrd was.
Selm zee: "Gift de mannen van de jazz een pint." De baos tapte twiê pinten en ging ze brengen. Mar op ne gegeven ogenblik was ’t er iên pint leeg en dao was niemand aon gewist. De baos stond verstomd: "Zên ich nao zoê wijd abuus (verkeerd)?" zeet’en, "ich meende toch dat ich twiê pinten getapt had. Mar allé, ich zal ’t er een ander tappen. Iên van de mannen van de jazz nam die pint, hê dronk en hê dronk mar hê kost ze nie leegkrijgen. Toen zee de baos ineêns: "D’er is gin bier ne mieë."
"Das niks", zee Selm, "breng me maor nen haomer, ne bijtel, een kraan en nen iêmer." Hê zette zên eigen in den hoek van de café, dao kapte’n ‘em ê kot en zette ‘t ‘er de kraon in. "En drinkt nao mar", zeet’em. Heêl de café kost van den iêmer drinken.
Toen zee Selm tegen de cafébaos: "Brengt me is acht pinten, dan zullen we is een soldatenmarch gön doen." Hê zette de pinten achterieên op de grond. "En nao verröt, march", zee’em, "eên, twieê…" En de pinten marcheerden deur de café, de stoelen op, euver de taofels, langs den toêg, de ganse café deur. Toen zên de minsen nao buiten gegön.

Verzamelaar: C. Ooms
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Beringen en omstreken)
Corpus: COOMS.20E
Codering: 438
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: C. Ooms, Leuven, 1968
Regio: onbekend
Kloekenummer: \
Verteller: 1590 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1968
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte