VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 874
Nummer: RCELI0303-0306
Type: 4. Historische sagen
Omschrijving: Napoleon en de slag van Waterlo [sic]
Verhaalopbouw: Twee mannen die in het leger van Napoleon hadden gevochten, gingen in Niel paarden halen. Toen de mannen de paarden hadden, moesten ze terug naar Opglabbeek reizen. 's Nachts klopten de mannen aan bij een vroom gezin dat de rozenkrans zat te bidden. De vader van een vriend van de vrome man woonde zes uur ten noorden van Maastricht. De vrome man vroeg aan de twee bezoekers of ze bereid waren om die vader op te zoeken en hem drie paarden te brengen. De twee mannen stemden in en gingen de volgende dag op pad. Diezelfde avond bereikten de mannen hun bestemming, waar ze twee weken bleven logeren. Daarna trok één van hen terug naar Opglabbeek, waar hij zich gedurende zes weken als deserteur verschool in zijn eigen huis. Omdat Napoleon kort daarop werd gevangen genomen na de slag bij Waterloo, moest de man niet terug gaan vechten. De andere man, die al zeven jaar voor Napoleon had gevochten, werd gevangen genomen door de Engelsen, met wie hij nog zes jaar heeft moeten meevechten. Toen de man terug in Opglabbeek kwam, herkende niemand hem meer omdat hij dertien jaar was weggeweest.
Verhaal: Mijn vader zaliger die had twee nonken die bij Napoleon hebben gediend. Die lagen diep in Frankrijk en toen moesten daar paarden gehaald in Niel en dan hieroppers. Een van mijn nonken wou meegaan, maar hij mocht niet. Maar zijn kameraad dat was 'nen Hollander, die mocht meegaan. En toen gaf hij den overste een kroon om mee mogen te gaan, en die stond dat toe. En gereisd en herreisd... En 's avonds gongen die ergens logeren en dan gongen ze allemaal de stad in. Maar die twee die trokken er vandoor, die waren onder de ogen uit. 's Nachts reisden ze. Ze hadden drie nachten gereisd en de laatste nacht dat ze gereisd hadden, kwamen ze aan een huiske, dat was zowat afgelegen. 'Ja, zouden we daar eens aangaan?' En geluisterd... Toen waren ze daar de rozenkrans aan 't beien, dat het toch goei mensen waren. En gepraat en gekald, en wat ze dat menke gaven...? Zijne kameraad zijn vaaier dat was 'ne groten halfer, en die woonde zes uren boven Maastricht. En ze maakten met het menke accoord: hij moest daar op 'ne goeien dag henen reizen met zijne knecht en met drie paarden komen. En ze gongen. 's Avonds kwam de knecht af met twee paarden en hèt zat op één. En ze sprongen ieder op een paard en ze waren weg, ieder met 'nen goeien dikke knuppel bij hun. En gejaagd en herjaagd en op den duur kwamen ze in een klein stadje. De nachtwaker wou hen aanhouwen maar ze sloegen hem overhoop en in de gang waren zij er vandoor. Ze hadden zo gereden dat ze 's morgens al bij den halfer waren met paarden en alles. Daar zijn ze toen veertien dagen gebleven. En weer op 'nen avond begos mijne nonk reis te maken om naar Opglabbeek te komen. En hij kwam in Glabbik aan (hij had 'nen aalijke nacht gereisd) juist toen de kerk open luidde. Hierboven aan Vaesen, aan dien hilsdèèren struik kwam hij aan. Zijn ouwershuis lag hier aan Smeets, waar nu de koster woont. En gene mens had hem gehoord of gezien en acht dagen daarna zegden ze: 'Die van S. heeft ook gederserteerd.' Toen heeft hij zes weken op de zolder gezeten. En daar woonde een menke, Hemke S., die heb ik nog effe gekend. En 's avonds stond er altijd een panneke eten aan 't open vuur en 's morgens was dat altijd los, maar dat was die nonk, ziet ge, die at dat uit. Die kwam naar onder en dan at die en hij rookte een pijp en hij bleef wat zitten. Als het nog zes weken geduurd had, vertelde hij naderhand, dan had hij zich weer ingegeven.En toen kwam de slag van Waterlo. Toen had Napoleon verspeeld en toen hebben ze hem gevangen genomen. Als dat niet gekomen was, dan was hij weer binnen gegangen. Daar waren soldaten bij die afkwamen, die hij nog kán.Dien andere nonk die heeft zeven jaar Napoleon gediend. Toen heeft den Engelsman hem gevangen gepakt en daar heeft hij nog zes jaar moeten dienen. Daar waren ze met twaalfhonderd uitlanders. En toen kwam op het rapport: alle uitlanders moesten buiten gelid gaan staan. Die in dienst wouwen blijven, kosten daar blijven. En van de twaalfhonderd bleef er maar éne staan.In de slag van Waterlo hadden ze drie dagen staan vechten en mijne nonk vertelde dat hij binnen het uur twee keren zijn paard verloor. En 'ne kameraad van hem, toen schoten ze met van die mosterdballen wie ze zegden, die schoten ze dat hij zich tegeneenvouwde wie een wis. Toen ze drie dagen gestaan hadden, gongen ze terug, maar gene middel! De generaal scholdt hen uit, en deed hen met alle fors teruggaan. Toen hebben ze nog drie dagen en drie nachten gevochten en toen was alles dooreen, toen moesten ze wel gaan lopen.
Verzamelaar: R. Celis
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Bree en omstreken)
Corpus: RCELI.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: R. Celis, Leuven, 1954
Regio: Opglabbeek
Kloekenummer: L416
Verteller: 163 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1954
Relatieve Datering: Ooms van de vader van de informant
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen



© Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
converted by: Philippe Le Comte