VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 90
Nummer: FBECK0089-0090
Type: 2.2 Tovenaars
Omschrijving: Heksenmeester in de gedaante van een paard
Verhaalopbouw: X was naar Berlingen-kermis geweest. Omdat hij dronken was, liep X op de terugweg de hele tijd te vloeken: "Ik wilde dat de duivel me ophief en tot in Veulen sleurde!" Even later kwam X voorbij een veld waarop een paard stond te grazen, en hij dacht: "Nu zal ik vlug thuis zijn!", en hij sprong op het paard. In een mum van tijd was hij in Veulen. Toen X aankwam, zag hij echter dat hij op de rug van een man zat, met zijn voeten in de zakken van diens broek en met diens haren als teugels.
Verhaal: De oude Gilis heeft me zelf verteld wat hij eens aan de hand gehad had. Hij was naar Berlingen-kermis geweest en hij dronk graag en toen hij thuiskwam door de beemd deed hij niets als vloeken: 'Ik wou dat de duivel me oppakte en tot Veulen sleurde.' Toen liep hij op een paard dat daar liep te grazen: 'Deh, begot, daar zet ik me op, dan ben ik seffens thuis' zei hij. Hij stak zijn voet door de stijgbeugel en de andere smeet hij erover en hij zat in 't zadel. Op een vloek was hij in Veulen en toen zag hij dat hij op een man zat en hij had hem met de haren vast en zijn voeten staken in zijn 'kielsmoalen'.
Verzamelaar: F. Beckers
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Zuid-Limburgs
Corpus: FBECK.20E
Codering: Heksenmeester in de gedaante van een paard: variante 3
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: F. Beckers, Leuven, 1947
Regio: Veulen
Kloekenummer: P196
Verteller: 67 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1947
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen: Een variante van het verhaal is verschenen in "t Daghet in den Oosten", VI (1890), p. 152: In Tongeren waren er spokende hazen, die de stropers kwamen plagen. Op een avond kwam een jongen terug van de kermis in een naburig dorp. Onderweg zag hij in een weide een zwart paardje staan. "Nu zal ik snel thuis zijn", dacht de jongen, en hij klom op de rug van het paard. Het paard schoot als een bliksemschicht vooruit. De jongen was zo geschrokken dat hij zich niet goed kon vasthoudenen na twee minuten rijden op de grond viel. De jongen ging bij een naburig huis aankloppen en vernam daar dat hij maar liefst tien uren van zijn woonplaats verwijderd was.

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen



© Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
converted by: Philippe Le Comte