VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 926
Nummer: RCELI0335-0336
Type: 4. Historische sagen
Omschrijving: X, de slavenhandelaar van Gruitrode
Verhaalopbouw: Lang geleden werden er in Gruitrode slaven opgesloten in een kelder. Wanneer de mannen een tijdje in de kelder hadden gezeten, werden ze weggevoerd. Op een dag kwam er op de Donderslag een koets voorbijgereden. De menners hielden halt en gingen een glas drinken in een herberg. Ondertussen ging de knecht van de herberg in de koets kijken: hij vond er een geknevelde man. De knecht maakte snel de gevangene los zodat hij naar de bossen kon vluchten. Toen de twee menners uit de herberg kwamen, reden ze nietsvermoedend verder. Een man die met de kar naar Opoeteren reed, kwam oude X tegen, die bij hem op de kar sprong. X heeft de man geen kwaad durven doen. Op een dag ging de knecht van de molenaar van Opoeteren met het paard naar de smid. Omdat de knecht nog steeds niet was aangekomen, ging de ongeruste smid kijken in de kelder van Y, waar de knecht al gevangen zat. Die plaats wordt nog steeds "Bij Y" genoemd.
Verhaal: Hier hebben ze vroeger veel jong mannen weggehaald. Dat was slavenhandel. Die sloten ze in de kelder op met 'ne kluppel in hunne mond, dat ze niet kosten schreeuwen, en als ze daar wat gezeten hadden, dan werden ze weggevoerd. Dat is wel allemaal schrikkelijk lang geleden. Op den Donderslag is die koets ook eens geweest, en die heren die daar bij waren, gongen de herberg binnen. Ne knecht van daar op den Donderslag gong eens kijken wat er in de koets zat, en toen lag daar 'ne mens in vastgebonden. De knecht maakte hem toen los en toen vluchtte hij de bossen in. En toen ze hun pint uit hadden, kwamen de heren buiten, en de bok op en weg. Mijn overgrootvader gong eens met de kar naar Opoeteren, door dien eerdweg die vroeger naar Opoeteren liep, en toen kwam dien ouwe Sus bij hem op de kar gesprongen. Maar mijn overgrootvader dat er ene gelijk den drosserd Clerx, anders...(sic). Toen dors hij toch niks. En de knecht van de mulder van Opoeteren gong eens met het paard naar de smid. Die zagen ze ook nergens meer toen hij efkes weg was. Toen gong de smid kijken bij de Susse, toen zat hij al in de kalder. Dat heet daar nog altijd 'Bij Susse'.
Verzamelaar: R. Celis
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Bree en omstreken)
Corpus: RCELI.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: R. Celis, Leuven, 1954
Regio: Gruitrode
Kloekenummer: L366
Verteller: 225 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1954
Relatieve Datering: Overgrootvader van de informant
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen: De Donderslag is een gehucht van Meeuwen.

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte