VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 9264
Nummer: DTRUY0129-0131
Type: 1.4 Luchtgeesten
Omschrijving: Duivels als kaartspelers
Verhaalopbouw: Op 't Hobosch in Eksel, de plaats waar de drossaard vroeger woonde, was een boer komen wonen. De boer liet zijn knechten in het kasteel slapen om de plaats te bewaken. Omdat de knechten 's ochtends altijd vermoord werden teruggevonden, had de boer vaak geen knecht. Toen een landloper op een avond onderdak kwam vragen bij de boer, zond deze hem naar het kasteel. Nadat de boer de landloper had verteld dat hij moest opletten omdat alle knechten in het kasteel waren vermoord, vroeg de man een kerkboek, een paternoster en een kaars. Terwijl de landloper in het kasteel spek aan het bakken was, vielen er beenderen langs de schoorsteen in de pan. "In Gods naam, weer een goede snede spek!", zei de landloper telkens en gooide de beenderen bijeen in een hoek. Om middernacht werd er op de deur geklopt. "Wacht even, ik ben aan het eten. Wanneer ik klaar ben, kom ik opendoen", zei de landloper. Toen de landloper na een tijdje drie bezoekers had, zei hij: "Nu kunnen we een spelletje kaart spelen, want we zijn precies met vier!" Omdat de landloper de drie bezoekers toch niet helemaal vertrouwde, liet hij met opzet een kaart vallen en bukte zich. Daarop riep de landloper uit: "In Gods naam, het zijn allemaal paardenpoten!" Daarop waren de drie bezoekers spoorloos verdwenen. Toen de landloper wilde gaan slapen, hoorde hij gekerm in de kelder. Hij ging kijken en vond een man die was vastgebonden aan een ring in de muur. Zodra de man was losgemaakt, sprak hij: "Je hebt me verlost. Onder de vloer liggen drie grote potten met geld: de eerste pot is voor de kerk, de tweede voor de armen en de derde voor jou omdat je mij hebt geholpen". De volgende ochtend vertelde de landloper aan de boer wat hij had meegemaakt. De boer was zo blij dat hij de landloper al het geld liet houden. "Zou je niet graag bij mij willen werken als knecht?", vroeg de boer, waarop de landloper enthousiast antwoordde: "Dat zou ik heel graag doen. Omdat ik altijd mijn gebeden opzeg, zal ik de drie kerels uit het kasteel wel de baas kunnen!" Sindsdien spookte het niet meer in het kasteel van 't Hobosch.
Verhaal: Op ’t goed van ’t Hobosch (Exel) waar vroeger den drossaart gewoond heeft, zat er nu ‘ne boer; het kasteel was onbewoond, en de boer stuurde zijn knechten altijd slapen, op ’t kasteel, omdat er op de boerderij geen plaats was en om ’t kasteel wat te bewaken. De boer had er vier, vijf knechts gehad en elken keer werden ze op ’t kasteel vermoord gevonden en zoo was hij gedurig aan zonder knecht.
Op ‘ne goeien keer kwam er ’s avonds een straatlooper vragen om te mogen slapen; "Ja gerust jong, zei de boer, hier op de hoeve is geen plaats, maar op ’t kasteel is er meer dan genoeg; daar hebt ge een bed, stoof en tafel: al wat ge noodig hebt, maar ik moet u wel één ding zeggen: " ’t loopt er wat verkeerd, mijn knechts werden er een voor een vermoord als ze er slapen gingen." "Geenen nood! Ik heb geen schrik; ik heb al voor heeter vuren gestaan; ik ga er slapen maar dan moet ge me geven wat ik u vraag, geef me een kerkboek, ‘ne paternoster en een kaars om licht te maken." - Ge zult het hebben," zei de boer. En de landlooper trok naar het beroerd kasteel.
Hij was volop aan ’t spek braden toen er opeens een arm door de breede schouw naar beneden tuimelde: "In Gods naam, nog ‘ne goeie spekbraai," lachte de landlooper. Hij ging rustig voort met braden toen er even later weer een been in de spekpan terechtkwam: "In Gods naam weer een goeie spekbraai." ’t duurde niet lang of de rest van ’t geraamte deed de spekpan bijna omver vallen, hij pakte de stukken bijeen en gooide ze in een hoek. ’t Ging nu stillekens naar twaalf uur toe, ’t uur van spoken. Hij zette zich aan tafel om eens duchtig te eten, en op den twaalfden klokslag werd er op de deur geklopt: "Wacht even goeie man, als ik gegeten heb zal ik komen opendoen," zegde hij.
Hij at smakelijk en ging toen opendoen. "Ga maar zitten," wees hij met de hand; hij zat pas of er werd weer geklopt. Na den tweeden volgde algauw een derde. "Dat komt goed van pas," zei de straatlooper, "nu kunnen we een partijtje kaart spelen, we zijn juist met vieren." Hij haalde een smerig stel kaarten boven dat hij altijd op zak droeg en ’t duurde niet lang of ze waren aan ’t kaarten. De straatlooper die niet wist met wien hij te doen had hield een oogsken in ’t zeil; hij liet opeens vrijwillig een kaart vallen, bukte zich onder de tafel. "In Gods naam," riep hij uit , "’t zijn allemaal paardenvoeten!"
En op "Gods naam" waren ze alle drie spoorloos verdwenen. Toen hij daarop wilde slapen gaan hoorde hij gekerm in den kelder; hij vond er een man, gebonden aan een ring in den muur, en maakte hem los. Ge hebt me verlost, hier in den vloer zitten drie groote potten geld: eene is er voor de kerk, de tweede voor den arme en de derde is voor u omdat ge mij geholpen hebt; daar moogt ge mee doen wat ge wilt! Daarop ging hij slapen.
Bij ’t licht worden kwam de boer zien hoe ’t afgeloopen was. De landlooper vertelde hem zijn wedervaren en hij besloot met: "Haal nu maar de wagen met de paarden voor de geldpotten: eene voor de kerk, eene voor den arme en de derde voor ons!" De boer was zoo blij over alles dat hij hem al het geld liet. "Zoudt ge niet voor goed willen blijven als knecht?" vroeg de boer. "Heel gaarne, het is nu stil op ’t kasteel; ik onderhoud altijd goed mijn gebeden en zoo zal ik de drie sloebers wel baas kunnen als ze nog goesting hebben om terug te komen.
En sinds toen bleef ’s nachts alles rustig op ’t kasteel van ’t Hobosch.

Verzamelaar: D. Truyen
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: Limburgs (Noorden)
Corpus: DTRUY.20E
Codering:
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: D. Truyen, Leuven, 1946
Regio: Kerkhoven
Kloekenummer: K317a
Verteller: 1678 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1946
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen:

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

    Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte