| Verhaalopbouw: |
Toen Osschaart dood was, stopte men zijn vel in een boomstronk.
Op een boerderij werkte een knecht die na het eten altijd naar huis ging en twee uur te laat terugkwam. Op een dag besloot men de de knecht te bespieden. Zo stelde men vast dat de knecht het vel van Osschaart aantrok en vervolgens over het veld vloog. De boer probeerde het vel uit de boomstronk te halen en het op te branden, maar dat lukte niet. Op een dag zond de boer zijn knecht ver weg voor een karweitje, zodat hij ondertussen het vel kon verbranden. Het vel had echter nog maar net vuur gevat, of de knecht stond al bij de oven. Toen het vel van Osschaart verbrand was, was de knecht gered. |