| |
|
|
- Vlaamse Volksverhalenbank
- |
|
| ID: |
18844 |
| Nummer: |
OMATT0260-0261 |
| Type: |
4. Historische sagen |
| Omschrijving: |
Mijnheerken van Maldegem laat de 36 ketelaars gevangen nemen. |
|
| Verhaalopbouw: |
Mijnheerke van Maldegem woonde in het midden van de bossen van Brugge. Toen de man op een dag te paard door zijn dreven reed, kwam hij een schaapherder tegen. "Maar jij hebt een mooie hoorn!" zei de man, en hij blies op de hoorn van de schaapherder. Daarop verschenen alle 'ketelaars' (?) van de bende waarvan de schaapherder lid was. Die bende wilde Mijnheerke van Maldegem vermoorden. Het leven van Mijnheerke van Maldegem werd gespaard, op voorwaarde dat hij aan niemand zou vertellen wat er was gebeurd. Op de grote markt van Brugge lag wit zand. Mijnheerke van Maldegem maakte met zijn teen een tekening waarin hij uitbeeldde wat er gebeurd was. Daarop werden de 36 bendeleden uiteindelijk toch opgepakt door de soldaten van Brugge. Mijnheerke van Maldegem heeft een kelder laten bouwen, die 'de donkere put' werd genoemd. In die kelder werden 36 kettingen gehangen, met een ijzeren halsband die de gevangenen moesten dragen. De gevangenen kregen een roggebrood en een kruik water om te overleven. Zodra de gevangenen allemaal in de kelder zaten, werd de deur dichtgemetseld. Later kwamen de geesten van die gevangenen spoken. Mijnheerke van Maldegem werd op een dag geraakt door een bliksemschicht toen hij op zijn toren stond. |
| Verzamelaar: |
O. Mattheeuws |
| Notulist: |
Katrien Van Effelterre |
| Taal: |
West-Vlaams (grens Oost- en Zeeuws-Vlaanderen) |
| Corpus: |
OMATT.20E |
| Codering: |
474 |
| Aard bron: |
Mondeling |
| Schriftbron: |
O. Mattheeuws, Leuven, 1963 |
| Regio: |
Maldegem |
| Kloekenummer: |
I154 |
| Verteller: |
3689 Vertellersinfo |
| Datering: |
|
| Jaar: |
1963 |
| Relatieve Datering: |
|
| Aard getuigenis: |
fabulaat |
| Literair: |
nee |
| Subgenre: |
sage |
| Opmerkingen: |
(1) ketelaar: ketellapper, koperslager |
|
|
|
|
|
Trefwoorden
|
Motieven
|
Plaatsen
|
|
|