| |
|
|
- Vlaamse Volksverhalenbank
- |
|
| ID: |
300 |
| Nummer: |
FBECK0249-0250 |
| Type: |
1.6 Weerwolven |
| Omschrijving: |
Het duivelskruis |
|
| Verhaalopbouw: |
Op Koningendag had de familie X geen brandewijn meer. De knecht durfde niet meer naar het dorp gaan, want het was al donker. De koewachter, een dappere kerel van vijtien jaar, bood aan om in zijn plaats te gaan. Voor alle zekerheid nam hij een mestvork mee. De knecht besloot de koewachter eens goed de stuipen op het lijf te jagen; hij trok een koevel aan en ging in een gat van de haag zitten. Toen de koewachter op de terugweg een angstaanjagend geluid hoorde, sloeg hij met de mestvork naar de haag waaruit het lawaai kwam. Hij sloeg de knecht morsdood. Thuisgekomen vertelde de koewachter dat hij een weerwolf had doodgeslagen. "Dat moet de knecht geweest zijn", zei de boer, en samen gingen ze met een lantaarn kijken. Ze probeerden het koevel van de dode knecht uit te trekken, maar dat lukte niet: hij was geen echte mens meer. De koewachter werd dan ook niet gestraft. Op de plaats waar de knecht is gestorven, heeft men een groot kruis gezet, dat het Duivelskruis wordt genoemd. |
| Verzamelaar: |
F. Beckers |
| Notulist: |
Katrien Van Effelterre |
| Taal: |
Zuid-Limburgs |
| Corpus: |
FBECK.20E |
| Codering: |
|
| Aard bron: |
Mondeling |
| Schriftbron: |
F. Beckers, Leuven, 1947 |
| Regio: |
Sint-Huibrechts-Hern |
| Kloekenummer: |
Q154 |
| Verteller: |
51 Vertellersinfo |
| Datering: |
|
| Jaar: |
1947 |
| Relatieve Datering: |
|
| Aard getuigenis: |
fabulaat |
| Literair: |
nee |
| Subgenre: |
sage |
| Opmerkingen: |
Cfr. J. Timmermans, Legende van 't Duivelskruis te Vrijhern, in: Limburg, XVI, 1934-1935
De informant legde uit dat op Koningendag een koning en een koningin werden gekozen. |
|
|
|
|
|
Trefwoorden
|
Motieven
|
Plaatsen
|
|
|