VVB - Vlaamse Volksverhalenbank
Terug naar de startpagina Wat is een sage? Achtergrond bij dit project Medewerkers Interessante links
Zoekscherm Wat is narratologie? Doelstellingen VVB Terminologie Contact
 
- Vlaamse Volksverhalenbank -

Verhaalfiche
ID: 18844
Nummer: OMATT0260-0261
Type: 4. Historische sagen
Omschrijving: Mijnheerken van Maldegem laat de 36 ketelaars gevangen nemen.
Verhaalopbouw: Mijnheerke van Maldegem woonde in het midden van de bossen van Brugge. Toen de man op een dag te paard door zijn dreven reed, kwam hij een schaapherder tegen. "Maar jij hebt een mooie hoorn!" zei de man, en hij blies op de hoorn van de schaapherder. Daarop verschenen alle 'ketelaars' (?) van de bende waarvan de schaapherder lid was. Die bende wilde Mijnheerke van Maldegem vermoorden. Het leven van Mijnheerke van Maldegem werd gespaard, op voorwaarde dat hij aan niemand zou vertellen wat er was gebeurd. Op de grote markt van Brugge lag wit zand. Mijnheerke van Maldegem maakte met zijn teen een tekening waarin hij uitbeeldde wat er gebeurd was. Daarop werden de 36 bendeleden uiteindelijk toch opgepakt door de soldaten van Brugge. Mijnheerke van Maldegem heeft een kelder laten bouwen, die 'de donkere put' werd genoemd. In die kelder werden 36 kettingen gehangen, met een ijzeren halsband die de gevangenen moesten dragen. De gevangenen kregen een roggebrood en een kruik water om te overleven. Zodra de gevangenen allemaal in de kelder zaten, werd de deur dichtgemetseld. Later kwamen de geesten van die gevangenen spoken. Mijnheerke van Maldegem werd op een dag geraakt door een bliksemschicht toen hij op zijn toren stond.
Verhaal: Da was hier in ’t omliggende niets dan bossen toe in Brugge. En da was nen Torre en Mijnheerken van Maldegem woondige d’erop ’t halven ‘t (midden) van de bossen. En op ne zekeren keer is hij bezig mee zijn ronde te doen op zijn peird achter zijn dreven en osje (als hij) bezig was mee zijne wandel te doen achter zijn dreven, kwamt jij ne schaper tegen die bezig ware mee schapen te wachten. En diene schaper had nen horen waarmee dat jij moest blazen. Zo mijnheerken springt van zijn peird "Wel gij het nen schonen hoorn, nen overschonen hoorn…", zegt jij enne de schaper zegt: "Ne nee, mijnhere…" Hij wildige dienen hoorn pakken en de schaper zei dat je nie mochte. Maar jij pakte den hoorn en je blies d’erop en de ketelaars kwamen af want de schaper was ook enen van debende. Ze wildigen Mijnheerken kapot maken maar de schaper sprak er schone voren. Ewel, omdat de schaper d’er zo schone voren sprak, lieten ze Mijnheerken gerust op een zekere conditie. Maar Mijnheerken van Maldegem moest beloven dat hij nooit mee geen monden of mee geen pennen zoe vertellen wat er daar gebeurd is. Hij beloofdige hij da jij da nooit mee geen monden ging vertellen of mee geen pennen beschrijven. Zo hij reed jij naar Brugge naar de grote markt. Hij dingt (deed) daar een karre wit zand op de markt van Brugge brengen en hij deed da schone plakken. En hij beschreef jij mee zijnen groten teen wat dat jij in de bossen tegengekomen was. Enne hij hee ze doen pakken.
De soldaten van Brugge zijn op jacht gegaan en z’hen ze alle 36 gepakt. En hij heen en onderaardse kelder doen bouwen en da’s diepe zè, en z’heten dat den donkren put. En hij heet er 36 ijzeren krammen in de muren doen metsen mee een keten en nen ijzeren band aan danze aan eldren (hun) hals moesten dragen. Enne onze zij d’er in gestoken wierden danze ze zagen duilen (huilen). En ze kregen een roggen brooiken en een erden (aarden) kruke water voor te leven. En onze d’er allemale inzaten hen ze die deure toegemetst. En ze mosten om ’t leven geraken. En d’er heet er lange wat ommegegaan en die geesten kwamen were. En Mijnheerken leefdige mee geen ruste. En op zekeren keer was het danig wreed (zo een vreselijk) were, donderen en bliksemen en hij is doodgedonderd op zijnen torre.
Verzamelaar: O. Mattheeuws
Notulist: Katrien Van Effelterre
Taal: West-Vlaams (grens Oost- en Zeeuws-Vlaanderen)
Corpus: OMATT.20E
Codering: 474
Aard bron:Mondeling
Schriftbron: O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Regio: Maldegem
Kloekenummer: I154
Verteller: 3689 Vertellersinfo
Datering:
Jaar: 1963
Relatieve Datering:
Aard getuigenis: fabulaat
Literair: nee
Subgenre: sage
Opmerkingen: (1) ketelaar: ketellapper, koperslager

Trefwoorden

Motieven

Plaatsen

Namen

    Andere Eigennamen

    

    © Seminarie voor Volkskunde KU Leuven - engine & design: Maerlant Centre
    converted by: Philippe Le Comte